Laatst kwam ik tijdens het opruimen een oud boek tegen dat jarenlang een vaste plek in mijn boekenkast had. Speculative Everything van Anthony Dunne en Fiona Raby.
Tijdens mijn jaren aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen speelde het een belangrijke rol binnen de opleiding Interaction Design. Studenten leerden niet alleen oplossingen te ontwerpen, maar vooral vragen te stellen over de samenleving die we met technologie, ontwerp en innovatie aan het bouwen zijn.
Toen voelde dat vanzelfsprekend. Nu, jaren later, las ik het boek met heel andere ogen.
De toekomst als gesprek
Speculatief ontwerp draait om het verkennen van mogelijke toekomsten zonder de pretentie dat deze ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. Het is geen poging om de toekomst te voorspellen, maar een manier om onzekerheid zichtbaar en bespreekbaar te maken. Door een mogelijke werkelijkheid concreet te verbeelden, ontstaat ruimte om vandaag al na te denken over de gevolgen van keuzes die we nu maken.
Dunne en Raby gebruiken speculatief ontwerp om maatschappelijke discussies uit te lokken. Hun ontwerpen zijn vaak bewust fictief. Niet omdat zij geloven dat deze producten ooit gebouwd zullen worden, maar omdat een denkbeeldig object mensen helpt hun eigen aannames te onderzoeken. Het ontwerp is geen voorspelling van de toekomst. Het is een aanleiding om het gesprek over die toekomst vandaag al te voeren.
Waarom zo weinig zichtbaar binnen de overheid?
Terwijl ik het boek opnieuw doorbladerde, vroeg ik mij af waarom deze manier van denken zo weinig zichtbaar is binnen de overheid. Juist daar worden immers dagelijks besluiten genomen die de samenleving jarenlang beïnvloeden. Nieuwe wetgeving, digitale loketten, algoritmen, AI, vergunningstelsels en uitvoeringsprocessen veranderen stap voor stap de manier waarop burgers de overheid ervaren.
Toch beoordelen we die besluiten vooral op uitvoerbaarheid, juridische houdbaarheid en financiële consequenties. Dat zijn belangrijke vragen. Maar ze beantwoorden niet de vraag die uiteindelijk het belangrijkst is.
Welke werkelijkheid zijn we eigenlijk aan het ontwerpen?
Van ontwerpmethode naar bestuursinstrument
Misschien ligt daar een interessante nieuwe toepassing van speculatief ontwerp. Niet als ontwerpmethode voor producten, maar als bestuursinstrument.
Stel dat een gemeente besluit om het eerste contact met inwoners grotendeels door AI te laten afhandelen. De gebruikelijke discussie gaat over privacy, kosten, beveiliging en techniek. Allemaal relevante onderwerpen. Maar wat gebeurt er wanneer we een stap verder kijken?
Hoe ziet de werkdag van een Wmo-consulent eruit in 2032 wanneer AI de eerste gesprekken voert? Welke signalen bereiken haar niet meer omdat ze eerder door een systeem zijn gefilterd? Welke professionele kennis verdwijnt langzaam uit de organisatie omdat medewerkers alleen nog uitzonderingen behandelen? En hoe ervaart een inwoner het moment waarop hij voor de vierde keer te horen krijgt dat zijn situatie niet binnen de standaardprocedure past?
Een voorstelbare werkelijkheid
Of neem een gemeente die volledig digitaal wil werken. In plaats van uitsluitend een impactanalyse uit te voeren, zouden bestuurders een ochtend kunnen doorbrengen in een fictieve, maar voorstelbare werkelijkheid waarin dat beleid al jaren bestaat. Ze lopen mee met een inwoner die digitaal minder vaardig is. Ze volgen een vergunningverlener die nauwelijks nog persoonlijk contact heeft. Ze ervaren hoe bezwaarprocedures verlopen wanneer vrijwel iedere eerste beoordeling automatisch wordt gedaan.
Of stel dat een uitvoeringsorganisatie besluit om risicomodellen een grotere rol te geven bij toezicht en handhaving. In plaats van uitsluitend te toetsen of het model juridisch en technisch verantwoord is, kun je de vraag stellen hoe een inspecteur over tien jaar zijn werk doet. Vertrouwt hij nog op zijn professionele oordeel of vooral op de score van het systeem? Wat gebeurt er met het gesprek tussen overheid en burger wanneer een besluit steeds moeilijker uit te leggen is? Welke uitzonderingen verdwijnen uit beeld omdat niemand ze nog ziet?
Speculative Governance
Ik vermoed dat de overheid de komende jaren steeds vaker behoefte krijgt aan dit soort verbeeldingskracht. Niet om de toekomst te voorspellen, maar om haar alvast te ervaren voordat zij werkelijkheid wordt. Niet als creatieve exercitie, maar als onderdeel van zorgvuldig bestuur.
Misschien zou iedere grote beleidswijziging daarom vergezeld moeten gaan van een speculatieve bestuursverkenning. Niet om antwoorden te geven, maar om betere vragen te stellen. Niet om besluitvorming te vervangen, maar om haar zorgvuldiger, menselijker en toekomstbestendiger te maken.
Dunne en Raby noemden dat ooit Speculative Design.
Ik vraag mij af of de publieke sector niet toe is aan een volgende stap.
Speculative Governance.